top of page

De methode

Je patronen niet analyseren tot je de oorsprong kent, maar opvoeden naar volwassen regulatie

Wat de methode is

Je patronen niet analyseren tot je de oorsprong kent, maar opvoeden naar volwassen regulatie.

​

Dat klinkt abstract. Concreet betekent het: je leert emotioneel én structurerend beschikbaar worden voor je binnenwereld. Je herkent wat je overlevingssysteem doet, neemt het serieus en stuurt het bij. Niet door het weg te drukken. Door het te leren kennen en volwassener te maken.

 

Het resultaat is een vaardigheid: jezelf bijstaan. Niet alleen in sessies, maar 24/7, in je eigen leven.

Wat het overlevingssysteem is

Je overlevingssysteem is een verzameling strategieën die je ooit hebt ontwikkeld om veilig te blijven in contact. Om eten, onderdak en liefde te krijgen. Om spanning te dempen. Om erbij te horen. Om niet dood te gaan.

​

Die strategieën waren logisch. Ze hebben hun functie gediend. En ze hebben je vaardigheden en ervaringen opgeleverd die magnifiek zijn.

​

Toch: in een ouderwetse vorm passen ze niet meer bij waar je nu staat.​

Ze zijn niet fout – ze zijn oud. Het zijn patronen die je doet, niet die je bent.

Kinderachtig versus volwassen

Er zijn twee soorten patronen:​

Kinderachtige patronen:​

  • Automatisch, geen bewustzijn

  • Overlevingslus is actief

  • Geen keuzemogelijkheid in het moment

Volwassen patronen:​

  • Nog steeds enig automatisme

  • Maar bewustzijn is actief

  • Keuzes zijn mogelijk

  • Je kunt de ander echt ontmoeten

Het verschil is niet wat je doet. Het verschil is of je kunt kiezen.

Waarom grenzen als oefenterrein

Omdat je overlevingssysteem pas zichtbaar wordt in contact met een ander.

​

Een mens bestaat in relatie. Het systeem activeert in contact. Grensmomenten zijn waar het wringt – en waar verandering begint.

Grenzen zijn niet het doel. Grenzen zijn het oefenterrein.

De twee grensfouten

Er zijn twee richtingen waarin het misgaat:

Je komt niet op je grens​

  • Je past je aan, stelt uit, vermijdt

  • Je zegt ja terwijl je nee bedoelt

  • Je verdedigt, verklaart, rechtvaardigt

  • Je huilt terwijl je eigenlijk boos bent

  • Je blijft in oppervlakkig contact, maar zonder verbinding met jezelf (en daarmee kan de ander je niet echt ontmoeten)

Je gaat over je grens​

  • Je wordt woedend, hard, onaanraakbaar

  • Je valt aan, verdedigt fel, wordt verbaal scherp of agressief

  • Je kapt af, loopt weg, straft met stilte

  • Je beschadigt de relatie om je punt te maken

Eromheen zit vaak een laag van schaamte of schuld – en daaronder iets dat voelt als: dit mag niet misgaan.

Hoe ik kijk

Ik oordeel – want dat helpt – maar veroordeel niet.

​

We kijken samen naar de laag daaronder. Of je nu te hard bent of te zacht: de vorm is niet waar het om gaat. Het is een patroon dat zich gevormd heeft. Het zegt iets over de omstandigheden en wat er beschikbaar was, niet over wie jij bent.

 

Een voorbeeld: woede ziet er negatief uit, maar is vaak hulpzoekend. Zoekend naar een veilige grens bij de ander. Pleasen ziet er vriendelijk uit, maar houdt je verborgen. Het levert contact zonder jezelf te laten kennen.

 

Beide strategieën kunnen een mens ver brengen, totdat het op is en je een alternatief zoekt. Hier brengen we juist dat in kaart, inclusief de route hoe.

De kern van verandering

Om je overlevingssysteem rustig te krijgen, moet je beschikbaar worden voor je eigen binnenwereld.

 

Emotioneel beschikbaar: je leert voelen wat er in jou gebeurt, zonder weg te vluchten of te rationaliseren.

 

Structurerend beschikbaar: je leert ordenen wat je voelt, onderscheid maken tussen signaal en ruis, en van daaruit keuzes maken.

 

De route is niet: begrijpen waar het vandaan komt → dan pas veranderen.

De route is: beschikbaar worden → opvoeden → volwassen regulatie.

De vier velden

In gesprekken werken we langs vier velden:

​

1. Zien Wat gebeurt er feitelijk? Wat doe jij, wat doet de ander, wat vraagt de situatie? We leggen patronen bloot en maken onderscheid tussen wat ooit logisch was en wat nu te veel kost.

 

2. Verwerken Soms zit er iets in de weg dat je overslaat: schaamte, boosheid, rouw, teleurstelling, angst. We brengen dat terug in het gesprek, zodat je niet blijft sturen vanuit oude spanning.

 

3. Ordenen Je leert onderscheiden: signaal of ruis, behoefte of gewoonte, spanning of richting. We werken met wat je lijf aangeeft en hoe je jezelf reguleert.

 

4. Handelen We vertalen het naar gedrag: wat zeg je, wat laat je, welk besluit neem je? Je oefent in je eigen leven, zodat je het in echt contact kunt gebruiken.

 

Deze velden lopen door elkaar heen. Soms beginnen we bij het handelen en werken terug. Soms begint alles met iets wat je lijf aangeeft.

Het lijf

Je lijf levert informatie over wat er nu gebeurt.
​
Het slaat herinneringen op. Het vertelt je wanneer iets klopt en wanneer niet. Het is een betrouwbare partner – als je leert luisteren.
​
In deze gesprekken gebruiken we die informatie. Niet als doel, maar als instrument.
​
Je komt hier voor helderheid. Je ontdekt dat je lijf ook meedoet.

De vaardigheid

Wat je hier leert is een vaardigheid: jezelf bijstaan.

Niet alleen in sessies. Niet alleen als het rustig is. Maar 24/7, in je eigen leven, in de momenten die ertoe doen.

De structuur om je eigen overlevingssysteem te herkennen. De ordening om te weten wat van jou is en wat niet. De keuze om niet automatisch te reageren.

Dat is iets wat je leert en houdt.

Wat er verandert

Je leert herkennen wat je overlevingssysteem doet en wat nodig is om bij te sturen. Daardoor kun je:

​

  • Voelen wat er gebeurt en wat je nodig hebt, zonder te verdwijnen

  • Onderscheiden wat van jou is en wat bij de ander of de situatie hoort

  • Automatische reacties herkennen voordat ze van je overnemen

  • Een besluit nemen en passend contact vormgeven

  • Spanning verdragen – je blijft ontspannen

 

Geen nieuw verhaal over jezelf. Maar structuur die je draagt, ook in situaties die ertoe doen.

Verder lezen

Hier vind je stukken die je helpen om je eigen patroon te herkennen zonder jezelf te versimpelen. Over overlevingssysteem, grenzen in contact, herstel na mislukte momenten en besluiten die blijven hangen. Geen tips om “beter te communiceren”, wel taal en ordening waarmee je in echte situaties kunt bijsturen. Als je snel denkt, veel ziet en jezelf toch telkens op hetzelfde punt terugvindt, begin dan hier en kies daarna een artikel dat op jouw situatie lijkt.

  • Grenzen in contact: Waarom grenzen zo moeilijk zijn en wat er eigenlijk gebeurt op het moment dat je grens verdwijnt

  • Het overlevingssysteem in gesprekken: Hoe je systeem het overneemt onder druk, en hoe je dat leert herkennen

  • Hoogbegaafd en vastlopen: Waarom snappen niet genoeg is en wat er anders moet

  • Herstel na een mislukte grens: Hoe je terugkomt op een gesprek dat scheef liep, zonder jezelf klein te maken

  • Besluiten die blijven hangen: Waarom sommige keuzes niet landen, en wat dat met je systeem te maken heeft

  • De twee grensfouten: Te zacht of te hard – en wat er in beide gevallen onder zit

De volgende stap

Wil je dit model toegepast op jouw situatie?

→ Lees over 1-op-1 begeleiding

​

Of plan direct een kennismakingsgesprek – twintig minuten, online.

bottom of page