
Supervisie, coaching of therapie: wat past wanneer?
Het verschil tussen supervisie, coaching en therapie
Je zoekt begeleiding. Je loopt ergens tegenaan in je werk of je professionele handelen en je wilt daar iets mee. De vraag is: wat past bij jou?
​
In begeleidingsland zijn veel methodieken te vinden, ieder met eigen kwaliteiten en kenmerken. Werkbegeleiding, coaching, supervisie, therapie, loopbaanbegeleiding. In de praktijk worden ze vaak gemixt gebruikt. Niet zo vreemd: veel methodieken gaan over leren, groeien, autonomie en het vergroten van zelfkennis.
​
Toch zijn er wezenlijke verschillen. Het helpt om ze te zien als een glijdende schaal: van taakgericht naar procesgericht, van concreet gedrag naar onderliggend patroon.
De glijdende schaal
Werkbegeleiding is de meest concrete vorm. Je wordt inhoudelijk ondersteund in hoe je werktaken uitvoert. De focus ligt op het werk zelf.
​
Coaching is gefocust op het hier en nu en is resultaatgericht. Je werkt aan leerdoelen: concrete, zichtbare veranderingen die je aan het einde van het traject bereikt hebt. Afhankelijk van je leerdoel spreek je een aantal bijeenkomsten af; dat kan variëren van drie tot twaalf sessies. Samen met je coach onderzoek je hoe je dingen doet en hoe je ze anders kunt doen. Als je geslaagd bent in je doel, kunnen anderen dat ook zien of merken. Je hebt bijvoorbeeld de keuze gemaakt een andere baan te zoeken of je bent beter geworden in het geven van feedback aan collega's.
Supervisie is procesgericht. De aandacht ligt op de weg naar het resultaat toe. Samen met je supervisor onderzoek je jouw leerthema's: kernonderwerpen die gaan over je persoonlijk handelen, denken en voelen in je werk. Vanuit een leerthema formuleer je concrete leerdoelen. Leerthema's hebben meer tijd en ruimte nodig om onderzocht te worden dan losse leerdoelen. De veranderingen die je doormaakt kunnen voor jou voelen als grote veranderingen, maar hoeven niet direct waarneembaar te zijn voor je omgeving. Ze liggen vaak een laagje dieper dan het uiterlijke handelingspatroon.
Soms raakt een leerthema aan oude patronen uit je geschiedenis. Dat onderzoeken we altijd via concrete werksituaties en met het doel om je handelingsrepertoire te vergroten.
Een supervisietraject omvat tien tot vijftien bijeenkomsten met een interval van twee weken. Daarnaast werk je aan het ontwikkelen van een 'interne supervisor': je eigen vermogen om in het moment te zien wat er gebeurt en bij te sturen, ook als er geen begeleider naast je zit.
​
Therapie is passend wanneer klachten of verwerking centraal staan en werkvragen niet meer het primaire aanknopingspunt zijn. Denk aan angst, depressie, trauma of verslaving die je functioneren bepalen. Of aan gebeurtenissen uit het verleden die je wilt verwerken of een plaats geven. Supervisie blijft altijd gekoppeld aan je rol en handelen in je werk; zodra dat niet meer het vertrekpunt is, is therapie de logischere keuze.
Wanneer kies je voor supervisie?
Supervisie past als je werkt met mensen en merkt dat je eigen patronen meespelen in je professionele contact. Als in je werk jouw persoonlijk handelen centraal staat en cruciaal is voor de gevolgen. Als je niet alleen wilt weten wát je anders kunt doen, maar wilt begrijpen waarom je doet wat je doet.
​
Typische supervisievragen gaan over:
​
Je positie en rol: hoe verhoud je je tot cliënten, leerlingen, patiënten of collega's? Wat doe je als de verwachtingen van anderen botsen met wat jij professioneel verantwoord vindt?
​
Grenzen en verantwoordelijkheid: je neemt te veel over, of juist te weinig. Je wordt harder dan nodig als het spannend wordt, of je verdwijnt uit contact.
​
Patronen onder druk: je merkt dat je in bepaalde situaties voorspelbaar gaat reageren op een manier die je niet helpt. Je wilt begrijpen wat daar gebeurt en hoe je het kunt bijsturen.
​
Morele ruis: je zit klem tussen loyaliteiten, of je handelt op een manier waarvan je achteraf niet zeker weet of het klopte.
Herstel na intensief werk: je hebt een zware periode achter de rug en wilt onderzoeken wat er gebeurde en hoe je steviger verder kunt.
Het verschil in de praktijk
Het onderscheid tussen coaching en supervisie zit niet in de onderwerpen die je bespreekt, maar in de diepte waarop je ze onderzoekt.
​
Bij coaching werk je aan leerdoelen. Die zijn doelgericht: je weet concreet wat je aan het einde van het traject wilt kunnen. Doelen zijn gericht op het hier en nu en praktisch inzetbaar.
​
Bij supervisie werk je aan leerthema's. Dat zijn kernonderwerpen die gaan over hoe je functioneert als professional. Ze verbinden je verleden, heden en toekomst, omdat ze altijd en overal een onderdeel vormen van wie je bent in je werk. Vanuit een thema formuleer je concrete doelen.
​
Voorbeelden van leerthema's:
Verantwoordelijkheid. Grenzen. Positie en macht. Loyaliteit. Conflict. Afstand en nabijheid. Eisen aan jezelf. Balans.
Wanneer past supervisie niet?
-
Als je een concrete, afgebakende vraag hebt die je in een paar sessies kunt oplossen, is coaching waarschijnlijk passender. Supervisie vraagt om tien tot vijftien bijeenkomsten en tussentijdse reflectie. Dat is een investering die alleen zin heeft als je zin hebt om dieper te kijken dan het gedrag dat je wilt veranderen.
-
Als klachten centraal staan (angst, somberheid, trauma, verslaving) en werk vooral het toneel is waarop ze zichtbaar worden, is therapie een betere keuze. Supervisie is geen behandeling.
-
Als je vraag alleen gaat over je privéleven en niet over je professionele handelen. In supervisie komen beide aan bod, maar er is uiteindelijk altijd een transfer naar werkgerelateerd functioneren.
