top of page

Voorbeeldverslagen supervisie

Zes formats om te reflecteren tussen sessies

In supervisie schrijf je tussen de sessies korte reflectieverslagen. Dat is geen huiswerk, maar een leerinstrument: het helpt je om je patronen te blijven zien.Er zijn veel manieren om te reflecteren. Hieronder vind je zes formats, van simpel tot uitgebreid. Kies wat bij je past. En als schrijven niet werkt: onderaan staan alternatieven.

​

Lees meer over hoe reflecteren werkt

Format 1: Simpel en concreet

Voor wie: Starters én gevorderden. Veel vrijheid, weinig sturing.

Dit is het meest eenvoudige format. Door de eenvoud is het ook geschikt voor gevorderde supervisanten: er is ruimte voor eigen invulling.

 

Het format:

1. Terugblik op de vorige sessie en de tussenliggende periode

Wat is er besproken? Wat vond je ervan of wat heb je ervan geleerd? Hoe ben je aan de slag geweest met je leerthema?

 

2. Een werkgerelateerde inbreng

Omschrijf concreet een moment dat verbonden is aan jouw leerthema. Formuleer wat je graag zou willen met deze inbreng.

Format 2: Vragen die je gidsen

Voor wie: Wie iets meer houvast wil dan format 1.

Dit format geeft meer richtlijnen en reflectieve uitdagingen.

 

Het format:

1. Terugblik

Wat is er in de sessie besproken? Wat vond je ervan of wat heb je ervan geleerd?

 

2. Hoe ben je aan de slag geweest met je leerthema?

Wat waren je leerdoelen? Waarover ben je het meest tevreden? Wat heb je geleerd? Hoe ben je omgegaan met moeilijke situaties? Waarover ben je het minst tevreden? Over welke drempels durf je nog niet heen te stappen? Welke leerpunten neem je mee naar de volgende sessie?

Format 3: Hoofd, hart, lijf en ontstaan van reactiepatronen

Voor wie: Gevorderden die diepgang zoeken.

Dit is een procesanalyse. Het format heeft veel richtlijnen en reflectieve uitdagingen.

 

Het format:

1. Terugblik

Wat is er besproken? Wat vond je ervan of wat heb je ervan geleerd? Hoe ben je aan de slag geweest met je leerthema?

 

2. Een werkgerelateerde inbreng

 

a. Onderwerp/leerdoel

 

b. Concrete omschrijving van het moment

 

c. Beschrijf expliciet:

  • Gevoelens: Ik...

  • Lichamelijke reacties: Ik...

  • Gedachten: ...

 

d. Onderzoek van deze ervaring:

  • Welke oordelen en meningen heb ik over deze ervaring?

  • Waar komen deze vandaan? Kun je situaties van vroeger herinneren waarin die oordelen aan het licht kwamen?

  • Kun je ontdekken waardoor dit gedrag wordt veroorzaakt?

  • Zijn er verbindingen te leggen met je opvoeding of eerdere ervaringen?

  • Wat heeft mijn gedrag bij de ander teweeggebracht?

  • Wat brengt de reactie van de ander teweeg bij mij?

 

e. Wat had ik willen doen? Hoe had ik me willen gedragen?

Format 4: Het ABC(D)-model

Voor wie: Wie overtuigingen wil onderzoeken.

Dit format komt voort uit de RET-methode. Het gaat ervan uit dat aan denken, handelen en voelen overtuigingen ten grondslag liggen, die soms berusten op foutieve interpretaties. De methode veronderstelt dat overtuigingen te vervangen zijn, waardoor ook het denken, handelen en voelen verandert.

 

Het format:

A – Activating Event (activerende gebeurtenis)

Wat is er gebeurd? Omschrijf de situatie zo concreet mogelijk.

 

B – Beliefs (overtuigingen)

Welke overtuiging of gedachte ligt hieraan ten grondslag?

 

C – Consequences (consequenties)

Tot welke gevoelens en welk gedrag leidt deze overtuiging?

 

D – Doen

Wat ga je met dit inzicht doen? Wat zou je anders willen doen? Welke acties verbind je aan je conclusie?

Format 5: Verleden, heden, toekomst

Voor wie: Gevorderden die veel vrijheid en zelfsturing willen.

Dit is mijn lievelingsformat. Het is simpel en het werkt goed. Het brengt focus in je traject. Je hoeft niet iedere vraag letterlijk te beantwoorden; het gaat om de strekking.

 

Het format:

1. Verleden – kijk terug op de sessie

Wat leverde het gesprek mij op? Wat blijft me vooral bij? (Zowel prettig als onprettig; beide zijn interessant.)

 

2. Heden – beschrijf wat je geoefend hebt

Omschrijf aan de hand van een situatie: wat heb ik geoefend? Hoe heb ik geoefend? Welke experimenten heb ik uitgevoerd?

 

3. Toekomst – breng focus aan

Lees je antwoord op vraag 2 nog eens. Waar ben je nog niet tevreden over? Wat wil je verder verdiepen? Wat wil je onderzoeken? (Dit wordt de startvraag van de volgende sessie.)

 

4. Optioneel: schrijf een casus uit

Pak een recente situatie. Wat gebeurde er? Wat ging gemakkelijk? Waar had je vraagtekens?

Format 6: De brief

Voor wie: Wie wars is van instructies en formats.

Een supervisant vroeg me ooit: "Mag ik jou ook gewoon een brief schrijven? Ik raak in de war van de reflectievragen." We probeerden het en het beviel ons beide prima.

 

Richtlijnen:

  • Check bij je supervisor of deze vorm akkoord is

  • Je schrijft de brief om inzicht in je leerproces te geven; zorg dat dit aan bod komt

  • Geef aandacht aan een recente situatie waarin je jouw leerthema tegenkwam

Alternatieven voor schrijven

Soms schiet taal tekort. Het kan te beperkt of te eenzijdig zijn. Binnen supervisie kun je dan kiezen voor andere manieren om te reflecteren.

​

Mogelijkheden:

  • Een schema uitwerken: Willen → Voelen → Denken → Handelen

  • Een mindmap maken waarin gedachten, gevoelens, personen en situaties met elkaar in verband worden gebracht

  • Een tekening, schilderij of foto maken

  • Een muziekstuk uitzoeken of maken, een filmpje of vlog maken

  • Anderen interviewen over jou of over hoe zij omgaan met wat jij wilt leren

  • Een brief schrijven aan iemand (die niet verzonden hoeft te worden)

  • Theorie lezen over een relevant onderwerp en beschrijven hoe die wel en niet aansluit

  • Een dagboek bijhouden met specifieke vragen

 

Het belangrijkste is dat de vorm aansluit bij jou en je vraagstuk. Overleg met je supervisor wat past.

bottom of page